Vicomte Léonard-Pierre-Joseph DU BUS DE GISIGNIES[1, 2]
ID personne: I4913 | Arbre: tree4
-
Nom Léonard-Pierre-Joseph DU BUS DE GISIGNIES Titre Vicomte
NaissanceDottignies
(28 fév 1780) [2]Genre Masculin
Décèsen son château, Oostmalle
(31 mai 1849) [2] -
Parents
Père Pierre-Ignace-Joseph DU BUS, n. 1 août 1756, Dottignies
d. 27 nov 1785, Dottignies
(Âgé de 29 ans) Mère Marie-Thérèse-Barbe VUYLSTEKE, n. vers 1754, Gheluwe
d. 5 mai 1782, Dottignies
(Âgé de 28 ans) Mariage (1777) Enfants 1. Vicomte Léonard-Pierre-Joseph DU BUS DE GISIGNIES (current person) , n. 28 fév 1780, Dottignies
d. 31 mai 1849, en son château, Oostmalle
(Âgé de 69 ans) -
Famille 1
Epouse 1 Marie-Anne-Catherine-Bernardine DE DEURWAERDER d. 23 juil 1836, Oostmalle
Mariage(vers 1803) [1] Enfants 1. Clémentine-Catherine-Françoise DU BUS DE GISIGNIES, n. 7 août 1803, Brugge, Belgique
d. 18 oct 1817, Courtrai
(Âgé de 14 ans)2. Gustave-Bernard-Joseph DU BUS DE GISIGNIES, écuyer, n. 5 mai 1807, Brugge, Belgique
d. 23 sept 1831, Bruxelles, Belgique
(Âgé de 24 ans)3. Vicomte Bernard-Aymé-Léonard DU BUS DE GISIGNIES, n. 21 juin 1808, Tournai, Hainaut, Belgium
d. 6 juil 1874, Ems
(Âgé de 66 ans)4. Vicomte Albéric DU BUS DE GISIGNIES, n. 30 mai 1810, Tournai, Hainaut, Belgium
d. 26 juil 1874, Bruxelles, Belgique
(Âgé de 64 ans)5. Chrétien-Henri-Honoré-Léonard DU BUS DE GISIGNIES, écuyer, n. 17 sept 1819, Courtrai
d. 9 juin 1835, Bruxelles, Belgique
(Âgé de 15 ans)6. Vicomte Constantin-Léonard-Aimé-François-Marie-Joseph DU BUS DE GISIGNIES, n. 11 oct 1823, Bruxelles, Belgique
d. 16 nov 1850, Saint Josse Ten Noode, Bruxelles, Belgique
(Âgé de 27 ans)Famille 2
Epouse 2 Marie-Antoinnette-Caroline VANDER GRACHT DE FRETIN, n. vers 1780 d. 26 juil 1864, Bruxelles, Belgique
(Âgé de 84 ans) Mariage Rumst, Belgique
(20 nov 1839) -
Autres événements personnels
Biographie - Biografie over koloniaal bestuurder Du Bus de Gisignies Een dikke Belg in Indië Eeuwenlang werd de Belgische bestuurder Leonard Du Bus De Gisignies, van 1826 tot 1830 de hoogste bestuurder in Nederlands-Indië, in de geschiedschrijvin g afgeschilderd als een incompetente, dikke Vlaming. Historicus Bart de Prins beweert in zijn proefschrift dat Du Bus met zijn liberale opvatting over koloniaal bestuur zijn tijd ver vooruit was. Het belachelijk maken van Belgen is ee n karaktertrek die diep in de Nederlandse volksaard is verkankerd. De debiele Belg - zoals bijvoorbeeld de uitvinder van de schietstoel voor helikopters - is een stereotype dat in menig mop zijn opwachting maakt. Dat het dédain ten opzichte v an onze zuiderburen niet geboren is ten tijde van de affaire-Dutroux, blijkt wel uit Voor keizer en koning, het gisteren verdedigde proefschrift van Bart de Prins. Met dit boek, dat in een handelseditie bij uitgeverij Balans verschijnt, schrijf t De Prins de biografie van Leonard Du Bus De Gisignies (1780-1849), een Belg die van 1826 tot 1830 commissaris-generaal in Nederlands-Indië was. In de Nederlandse geschiedschrijving die aan Du Bus is gewijd, wordt vaak neerbuigend over hem g esproken - en permitteert men zich menig meewarige opmerking over de lichaamsomvang van deze Belgische bestuurder: een nogal curieus criterium voor het beoordelen van iemands verdiensten. W. Coolhaas bijvoorbeeld meldt in 1936: ‘Eén eigenschap h ad hij, die bij hem in onzen tijd als volslagen ongeschikt zou hebben doen passeren. Een man van 290 pond zou thans zelfs niet naar den staatsdienst in den tropen zijn gestuurd. Du Bus, die in Indië in een jaar tijd meer dan honderd pond afviel , moet daar lichamelijk wel zeer geleden hebben.’ Het gegniffel van de schrijver klinkt zachtjes tussen de regels door. Ook in recenter werk van Nederlandse hand komt ‘de dikke Du Bus’ langs. De Leidenaar Wim van den Doel voert hem in 1996 al s volgt op: ‘Nu was deze 145 kilogram zware Westvlaamse burggraaf bij aankomst in Batavia niet bepaald de meest fitte verschijning geweest die men in Indië ooit had mogen aanschouwen, maar hij had zeker niet verwacht dat hij gedurende vrijwel zi jn hele verblijf op Java door ziekten achtervolgd zou worden.’ Naast het feit dat hij wat aan de zware kant zou zijn, een feit dat door De Prins overigens af wordt gedaan als een ‘verhaal’ dat opeenvolgende historici steeds van elkaar over he bben geschreven, was Du Bus ook nog eens Belg. Dat vonden veel historici van boven de Schelde zo mogelijk nog erger. In 1853 fulmineerde N.G. van Kampen over Du Bus’ benoeming tot commissaris-generaal: ‘Doch het was een vernederend denkbeeld , d at daartoe een Belg moest worden gekozen, evenals of in de oude Verenigde Nederlanden geene eerlijkheid en onpartijdigheid, vereenigd met kunde in zaken van bestuur en handel gevonden werd, en dit alles wel in het vaderland der onkunde, in Belgi ë.’ Minder schuimbekkend, maar daarom niet minder neerbuigend, deed de hoofdmeester van de Leidse school, Cees Fasseur, het in zijn De Indologen in 1993 nog eens dunnetjes over. Hij noemde Du Bus met zijn bekende vilein ‘een Zuid-Nederlande r met weinig koloniaal sentiment.’ De Leuvense historicus Bart de Prins had genoeg van al dit Belg-bashen en besloot in een biografie van Du Bus het een en ander recht te gaan zetten. En hoewel hij in zijn inleiding belooft er geen hagiografi e van te maken, is er in het boek wel degelijk sprake van een zeker eerherstel. Dat kan ook moeilijk anders, de extreem negatieve communis opninio over Du Bus in aanmerking nemend. Indrukwekkend De ‘keizer’ waar in de titel van Prins ’ boek naar wordt verwezen is uiteraard Napoleon Bonaparte. Du Bus begon in 1802 zijn loopbaan als ambtenaar in het door de Corsicaan geannexeerde stadje Doornrik, waar hij bestuurder werd van het bureau de bienfaisance, een soort openbare inste lling voor het algemeen welzijn. Hij was in die hoedanigheid betrokken bij het invoeren van de nieuwe Franse ‘revolutionaire’ maatschappelijke structuren, ter vervanging van de oude van het Ancien Régime en zou opkimmen tot de post van burgemees ter. De ineenstorting van het Franse rijk betekende in 1815 de geboorte van het koninkrijk der Verenigde Nederlanden. België en Nederland werden één, onder leiding van koning Willem I. Du Bus maakte snel carrière binnen het bestuurlijke appar aat van deze nieuwe natie: van 1815 tot 1819 zat hij in de Tweede Kamer, waarvan het laatste jaar als voorzitter; verder was hij vanaf 1820 gouverneur van de provincie Antwerpen en volgde er in 1823 zelfs een promotie tot gouverneur van Brussel . Kortom, de Belg Du Bus was helemaal zo’n rare keus nog niet toen er in 1825 een nieuwe topbestuurder voor Nederlands-Indië nodig was. De kolonie bevond zich op het moment van Du Bus’ aankomst in Jakarta in een moeilijke periode. De VOC wa s in 1800 definitief verdwenen en gedurende de invoeging van Nederland bij Napoleons Frankrijk hadden de Engelsen de archipel onder controle gehad. Eenmaal weer terug in Nederlandse handen bleek de gehanteerde manier van uitbaten van Indië echte r weinig economisch gewin en veel bestuurlijke chaos op te leveren. Du Bus moest daar wat aan gaan doen. Omwenteling De Prins stelt dat Du Bus met de invoering van een nieuwe financiële administratie, een nieuw muntstelsel, en met de o prichting van de Javasche Bank een einde maakte aan de financiële onduidelijkheid die de kolonie jarenlang geplaagd had. Hiermee legde hij het fundament voor de vlotte invoering van het zogenaamde cultuurstelsel door zijn opvolger J. Van den Bos ch. In zijn verdere analyse van de toekomst van de kolonie bleek Du Bus de tijdsgeest echter niet juist te hebben ingeschat. Hij pleitte voor een liberalisering van de handel op Indië. Particulieren, Nederlanders én buitenlanders, moesten d e kans krijgen te investeren in de kolonie. Du Bus had grote landbouwondernemingen op het oog waar Javanen tegen een ‘eerlijk loon’ zouden moeten werken. Dat zou echter betekenen dat de traditionele structuur van de Javaanse maatschappij op d e helling moest en zo’n omwenteling zat er niet in. Het latere succes van het strikt hiërarchisch ingerichte cultuurstelsel bewees dat Du Bus op de korte termijn inderdaad ongelijk had gekregen. Later, in de jaren zestig van de negentiende ee uw, werd echter duidelijk dat Du Bus met zijn liberale ideeën zijn tijd ver vooruit was geweest. Prins: ‘Een moderne koloniale staat kon zich naarmate de negentiende eeuw vorderde, het protectionisme, zoals dat onder het koloniale compagniestels el in de zeventiende een achttiende eeuw hoogtij vierde, niet meer veroorloven.’ Een vrijere handel op Indië was het gevolg van dit inzicht. Herwaardering Du Bus zou dat allemaal niet meer meemaken. Net terug in de Nederlanden brak i n 1830 de Belgische Opstand uit en Du Bus werd te zeer als een orangist gezien om in aanmerking te komen voor een positie in het nieuwe België. Hij trok zich terug op een kasteeltje waar hij de laatste jaren van zijn leven sleet: het wrede lot v an een man die te veel Belg was voor de Nederlanders en te veel Nederlander voor de Belgen. Blijft de vraag of De Prins aannemelijk heeft kunnen maken dat een herwaardering van Du Bus’ rol in de geschiedenis van Indië op zijn plaats is. Fei t is dat hij symbool staat voor de periode tussen het verdwijnen van de VOC en de invoering van het succesvolle cultuurstelsel. Ergens in de decennia tussen 1800 en 1830 moet het verval van de kolonie gestuit zijn en werd de weg omhoog. De Prin s laat zien dat Du Bus daar een rol in heeft gespeeld - al was die niet van hemelschokkend belang. Maar om Leonard Du Bus De Gisignies af te schilderen als een dikke, door kwaaltjes geplaagde, incompetente Belg, dat gaat in ieder geval te ver. < p> Bart de Prins: Voor keizer en koning: Leonard Du Bus De Gisignies 1780-1849, Commissaris-Generaal van Nederlands-Indië. Balans 2002. 284 pgs., €25. http://www.leidenuniv.nl/mare/2002/29/15.html
- Biografie over koloniaal bestuurder Du Bus de Gisignies
Een dikke Belg in Indië
Eeuwenlang werd de Belgische bestuurder Leonard Du Bus De Gisignies, van 1826 tot 1830 de hoogste bestuurder in Nederlands-Indië, in de geschiedschrijving afgeschilderd als een incompetente, dikke Vlaming. Historicus Bart de Prins beweert in zij n proefschrift dat Du Bus met zijn liberale opvatting over koloniaal bestuur zijn tijd ver vooruit was.
Het belachelijk maken van Belgen is een karaktertrek die diep in de Nederlandse volksaard is verkankerd. De debiele Belg - zoals bijvoorbeeld de uitvinder van de schietstoel voor helikopters - is een stereotype dat in menig mop zijn opwachting m aakt.
Dat het dédain ten opzichte van onze zuiderburen niet geboren is ten tijde van de affaire-Dutroux, blijkt wel uit Voor keizer en koning, het gisteren verdedigde proefschrift van Bart de Prins. Met dit boek, dat in een handelseditie bij uitgeveri j Balans verschijnt, schrijft De Prins de biografie van Leonard Du Bus De Gisignies (1780-1849), een Belg die van 1826 tot 1830 commissaris-generaal in Nederlands-Indië was.
In de Nederlandse geschiedschrijving die aan Du Bus is gewijd, wordt vaak neerbuigend over hem gesproken - en permitteert men zich menig meewarige opmerking over de lichaamsomvang van deze Belgische bestuurder: een nogal curieus criterium voor h et beoordelen van iemands verdiensten. W. Coolhaas bijvoorbeeld meldt in 1936: ‘Eén eigenschap had hij, die bij hem in onzen tijd als volslagen ongeschikt zou hebben doen passeren. Een man van 290 pond zou thans zelfs niet naar den staatsdiens t in den tropen zijn gestuurd. Du Bus, die in Indië in een jaar tijd meer dan honderd pond afviel, moet daar lichamelijk wel zeer geleden hebben.’ Het gegniffel van de schrijver klinkt zachtjes tussen de regels door.
Ook in recenter werk van Nederlandse hand komt ‘de dikke Du Bus’ langs. De Leidenaar Wim van den Doel voert hem in 1996 als volgt op: ‘Nu was deze 145 kilogram zware Westvlaamse burggraaf bij aankomst in Batavia niet bepaald de meest fitte versc hijning geweest die men in Indië ooit had mogen aanschouwen, maar hij had zeker niet verwacht dat hij gedurende vrijwel zijn hele verblijf op Java door ziekten achtervolgd zou worden.’
Naast het feit dat hij wat aan de zware kant zou zijn, een feit dat door De Prins overigens af wordt gedaan als een ‘verhaal’ dat opeenvolgende historici steeds van elkaar over hebben geschreven, was Du Bus ook nog eens Belg. Dat vonden veel his torici van boven de Schelde zo mogelijk nog erger. In 1853 fulmineerde N.G. van Kampen over Du Bus’ benoeming tot commissaris-generaal: ‘Doch het was een vernederend denkbeeld , dat daartoe een Belg moest worden gekozen, evenals of in de oude Ve renigde Nederlanden geene eerlijkheid en onpartijdigheid, vereenigd met kunde in zaken van bestuur en handel gevonden werd, en dit alles wel in het vaderland der onkunde, in België.’
Minder schuimbekkend, maar daarom niet minder neerbuigend, deed de hoofdmeester van de Leidse school, Cees Fasseur, het in zijn De Indologen in 1993 nog eens dunnetjes over. Hij noemde Du Bus met zijn bekende vilein ‘een Zuid-Nederlander met wei nig koloniaal sentiment.’
De Leuvense historicus Bart de Prins had genoeg van al dit Belg-bashen en besloot in een biografie van Du Bus het een en ander recht te gaan zetten. En hoewel hij in zijn inleiding belooft er geen hagiografie van te maken, is er in het boek we l degelijk sprake van een zeker eerherstel. Dat kan ook moeilijk anders, de extreem negatieve communis opninio over Du Bus in aanmerking nemend.
Indrukwekkend
De ‘keizer’ waar in de titel van Prins’ boek naar wordt verwezen is uiteraard Napoleon Bonaparte. Du Bus begon in 1802 zijn loopbaan als ambtenaar in het door de Corsicaan geannexeerde stadje Doornrik, waar hij bestuurder werd van het bureau d e bienfaisance, een soort openbare instelling voor het algemeen welzijn. Hij was in die hoedanigheid betrokken bij het invoeren van de nieuwe Franse ‘revolutionaire’ maatschappelijke structuren, ter vervanging van de oude van het Ancien Régime e n zou opkimmen tot de post van burgemeester.
De ineenstorting van het Franse rijk betekende in 1815 de geboorte van het koninkrijk der Verenigde Nederlanden. België en Nederland werden één, onder leiding van koning Willem I. Du Bus maakte snel carrière binnen het bestuurlijke apparaat va n deze nieuwe natie: van 1815 tot 1819 zat hij in de Tweede Kamer, waarvan het laatste jaar als voorzitter; verder was hij vanaf 1820 gouverneur van de provincie Antwerpen en volgde er in 1823 zelfs een promotie tot gouverneur van Brussel. Korto m, de Belg Du Bus was helemaal zo’n rare keus nog niet toen er in 1825 een nieuwe topbestuurder voor Nederlands-Indië nodig was.
De kolonie bevond zich op het moment van Du Bus’ aankomst in Jakarta in een moeilijke periode. De VOC was in 1800 definitief verdwenen en gedurende de invoeging van Nederland bij Napoleons Frankrijk hadden de Engelsen de archipel onder control e gehad. Eenmaal weer terug in Nederlandse handen bleek de gehanteerde manier van uitbaten van Indië echter weinig economisch gewin en veel bestuurlijke chaos op te leveren. Du Bus moest daar wat aan gaan doen.
Omwenteling
De Prins stelt dat Du Bus met de invoering van een nieuwe financiële administratie, een nieuw muntstelsel, en met de oprichting van de Javasche Bank een einde maakte aan de financiële onduidelijkheid die de kolonie jarenlang geplaagd had. Hierme e legde hij het fundament voor de vlotte invoering van het zogenaamde cultuurstelsel door zijn opvolger J. Van den Bosch.
In zijn verdere analyse van de toekomst van de kolonie bleek Du Bus de tijdsgeest echter niet juist te hebben ingeschat. Hij pleitte voor een liberalisering van de handel op Indië. Particulieren, Nederlanders én buitenlanders, moesten de kans kr ijgen te investeren in de kolonie. Du Bus had grote landbouwondernemingen op het oog waar Javanen tegen een ‘eerlijk loon’ zouden moeten werken.
Dat zou echter betekenen dat de traditionele structuur van de Javaanse maatschappij op de helling moest en zo’n omwenteling zat er niet in. Het latere succes van het strikt hiërarchisch ingerichte cultuurstelsel bewees dat Du Bus op de korte ter mijn inderdaad ongelijk had gekregen.
Later, in de jaren zestig van de negentiende eeuw, werd echter duidelijk dat Du Bus met zijn liberale ideeën zijn tijd ver vooruit was geweest. Prins: ‘Een moderne koloniale staat kon zich naarmate de negentiende eeuw vorderde, het protectionism e, zoals dat onder het koloniale compagniestelsel in de zeventiende een achttiende eeuw hoogtij vierde, niet meer veroorloven.’ Een vrijere handel op Indië was het gevolg van dit inzicht.
Herwaardering
Du Bus zou dat allemaal niet meer meemaken. Net terug in de Nederlanden brak in 1830 de Belgische Opstand uit en Du Bus werd te zeer als een orangist gezien om in aanmerking te komen voor een positie in het nieuwe België. Hij trok zich terug o p een kasteeltje waar hij de laatste jaren van zijn leven sleet: het wrede lot van een man die te veel Belg was voor de Nederlanders en te veel Nederlander voor de Belgen.
Blijft de vraag of De Prins aannemelijk heeft kunnen maken dat een herwaardering van Du Bus’ rol in de geschiedenis van Indië op zijn plaats is. Feit is dat hij symbool staat voor de periode tussen het verdwijnen van de VOC en de invoering van h et succesvolle cultuurstelsel. Ergens in de decennia tussen 1800 en 1830 moet het verval van de kolonie gestuit zijn en werd de weg omhoog. De Prins laat zien dat Du Bus daar een rol in heeft gespeeld - al was die niet van hemelschokkend belang . Maar om Leonard Du Bus De Gisignies af te schilderen als een dikke, door kwaaltjes geplaagde, incompetente Belg, dat gaat in ieder geval te ver.
Bart de Prins: Voor keizer en koning: Leonard Du Bus De Gisignies 1780-1849, Commissaris-Generaal van Nederlands-Indië. Balans 2002. 284 pgs., €25.
http://www.leidenuniv.nl/mare/2002/29/15.html
Profession - membre du bureau de bienfaisance de Tournai, adjoint au maire de cette, ville, intendant de l'arrondissemnt de Courtrai, membre et président de, la seconde chambre des Etats-Généraux des Pays-Bas.
Naissance Dottignies
(28 fév 1780)Décès de la mère Marie-Thérèse-Barbe Vuylsteke à Dottignies
(5 mai 1782)Décès du père Pierre-Ignace-Joseph du Bus à Dottignies
(27 nov 1785)Mariage Avec Marie-Anne-Catherine-Bernardine de Deurwaerder (vers 1803) Naissance de Clémentine-Catherine-Françoise du Bus de Gisignies à Brugge, Belgique
(7 août 1803)Naissance de Gustave-Bernard-Joseph du Bus de Gisignies à Brugge, Belgique
(5 mai 1807)Naissance de Bernard-Aymé-Léonard du Bus de Gisignies à Tournai, Hainaut, Belgium
(21 juin 1808)Naissance de Albéric du Bus de Gisignies à Tournai, Hainaut, Belgium
(30 mai 1810)Profession Âgé de: 36y (1817)
Occupationgouverneur de la province d'Anvers, puis du Brabant méridional, puis, enfin, gouverneur des Indes Néerlandaises, sous le titre de commissaire, général. Occupation membre du bureau de bienfaisance de Tournai, adjoint au maire de cette, ville, intendant de l'arrondissemnt de Courtrai, membre et président de, la seconde chambre des Etats-Généraux des Pays-Bas. Occupation membre de l'ordre équestre de la Flandre Orientale (1817) Décès de Clémentine-Catherine-Françoise du Bus de Gisignies à Courtrai
(18 oct 1817)Naissance de Chrétien-Henri-Honoré-Léonard du Bus de Gisignies à Courtrai
(17 sept 1819)Naissance de Constantin-Léonard-Aimé-François-Marie-Joseph du Bus de Gisignies à Bruxelles, Belgique
(11 oct 1823)Décès de Gustave-Bernard-Joseph du Bus de Gisignies à Bruxelles, Belgique
(23 sept 1831)Naissance de petit-enfant Bernard-Daniël du Bus de Gisignies (enfant de Bernard-Aymé-Léonard du Bus de Gisignies) à Saint Josse Ten Noode, Bruxelles, Belgique
(7 oct 1832)Décès de Chrétien-Henri-Honoré-Léonard du Bus de Gisignies à Bruxelles, Belgique
(9 juin 1835)Décès de l'épouse Marie-Anne-Catherine-Bernardine de Deurwaerder à Oostmalle
(23 juil 1836)Mariage Avec Marie-Antoinnette-Caroline vander Gracht de Fretin à Rumst, Belgique
(20 nov 1839)Naissance de petit-enfant Chrétien Bernard Anselme du Bus de Gisignies (enfant de Bernard-Aymé-Léonard du Bus de Gisignies) (4 nov 1845) Décès en son château, Oostmalle
(31 mai 1849)Décès de Constantin-Léonard-Aimé-François-Marie-Joseph du Bus de Gisignies à Saint Josse Ten Noode, Bruxelles, Belgique
(16 nov 1850)Décès de l'épouse Marie-Antoinnette-Caroline vander Gracht de Fretin à Bruxelles, Belgique
(26 juil 1864)Décès de Bernard-Aymé-Léonard du Bus de Gisignies à Ems
(6 juil 1874)Décès de Albéric du Bus de Gisignies à Bruxelles, Belgique
(26 juil 1874) -
Photos 
bus.jpg
Keywords: Picture
Arbre6Léonard-François VUYLSTEKE, seigneur de Gisignies, Heylbroeck, Cattebeek, etc.(vers 1719 – 1788)-
Carte d'événements

Naissance - 28 fév 1780 - Dottignies 

Mariage - 20 nov 1839 - Rumst, Belgique 

Décès - 31 mai 1849 - en son château, Oostmalle 
= Lien Google Earth -
Citations de sources
